Woningcorporatie

Meer mensen dan ooit zijn op zoek naar goedkope woonruimte. Gelukkig is betaalbaar wonen goed geregeld in Nederland. Mede dankzij woningcorporaties maakt nagenoeg iedereen kans op een huurwoning. Maar dat is niet altijd zo geweest. Pas in 1851 werd de eerste particuliere woningbouwvereniging opgericht en sinds 1901 is het mogelijk om met overheidssteun huizen te bouwen.

Wat is een woningcorporatie?

Een woningcorporatie is een stichting of vereniging die betaalbare woningen bouwt, beheert en verhuurt. De meeste woningcorporaties vallen onder de sociale huurwoningenmarkt. Bij het verhuren van dergelijke woningen is er geen sprake van een winstoogmerk: de overheid is immers vaak toezichthouder. Dit maakt het voor veel mensen mogelijk om een woning te huren.

Het nadeel van een woning huren via een woningcorporatie is dat je vaak op een wachtlijst komt te staan. Hierdoor moet je geduld hebben tot je in aanmerking komt voor een huurwoning. Wil je niet wachten, maar gelijk een woning huren? Kies dan voor huren via een particuliere verhuurder. Hierbij heb je normaal gesproken niet te maken met een wachtlijst en is een huurwoning snel of soms direct beschikbaar.

Geschiedenis van woningcorporaties

De eerste woningbouwvereniging werd opgericht in 1851. In die tijd was het nog niet mogelijk om woningen te bouwen met overheidssteun, zoals nu wel gebeurt. Sinds 1901 ontvangen woningbouwverenigingen wél steun van de overheid en het aantal gebouwde woningen is sindsdien drastisch toegenomen. In 2000 was het aantal sociale huurwoningen gegroeid tot ruim 2,3 miljoen. De verdeling van sociale huurwoningen is als volgt: 80 procent is bestemd voor mensen met een inkomen van maximaal 38.035 euro, 10 procent gaat naar mensen met een inkomen tot 42.436 euro en de overige 10 procent naar mensen met een hoger inkomen. Dit zijn harde eisen waar woningcorporaties zich aan moeten houden.

Scheefwonen

Hoewel er gehamerd wordt op een eerlijke verdeling, maakt niet iedereen kans op een betaalbare huurwoning. Woningcorporaties hebben veel last van zogeheten ‘scheefwoners’, ook wel ‘scheefhuurders’ genoemd. Deze term staat voor mensen die een woning huren die niet past bij hun inkomen. Ze kunnen te veel, maar ook te weinig betalen voor wat ze verdienen. Als mensen met een relatief hoog inkomen blijven wonen in woningen die bedoeld zijn voor lagere inkomens, vormt dit een probleem voor woningcorporaties.

Goedkoop scheefwonen, zoals dit fenomeen wordt genoemd, is vooral een probleem in steden waar de woningnood het hoogst is. Door een gestreste koop- en huurmarkt blijven mensen langer in sociale huurwoningen zitten. Rotterdam en Amsterdam zijn hier goede voorbeelden van. In laatstgenoemde woont maar liefst 21 procent van de mensen scheef. In andere gebieden ligt dat percentage iets lager, op 16 procent. Om scheefwonen te ontmoedigen, verhoogt de overheid de huurprijs voor deze mensen. Ook op huurtoeslag kun je bij een bepaald inkomen geen recht meer hebben.

Lange wachtlijsten

Vanwege de grote aantallen scheefwoners, is er een tekort aan sociale huurwoningen in Nederland. Daarom ontstaan er lange wachtlijsten. In bepaalde delen van ons land moeten mensen tot wel 10 jaar wachten voordat ze een sociale huurwoning kunnen huren. Daar is natuurlijk geen beginnen aan. Als je wilt huren zonder wachtlijst en je inkomen dat toelaat, kun je ook kiezen voor de vrije sector. Deze woningen zijn vaak duurder, maar wel snel of zelfs direct te huren.